Naar de film met Erwin van Ligten, misschien wel de beste onbekende gitarist van het land

Naar de film met Erwin van Ligten, misschien wel de beste onbekende gitarist van het land

GOIRLE – ‘Klanken van oorsprong’ van Hetty Naaijkens-Retel Helmrich uit Goirle is een fascinerende documentaire over het begin van de Nederlandse popmuziek, die we danken aan de Indo’s. Naar de bioscoop dus met Erwin van Ligten, misschien wel de beste onbekende gitarist van het land. Ook een Indo.

De film is nog geen vijf minuten oud of we lopen al tegen een wonderlijk verhaal aan. Er komt een pianist in beeld. Erwin van Ligten kent hem. “Ik zie hem over drie weken weer, dan hebben we een sessie.” De pianist, Rob Agerbeek, is een grote meneer, speelde met beroemdheden als Art Blakey en Ben Webster. Hij is 80, hij heeft een vriendin van 28. “Ik kon me daar ook niks bij voorstellen. Laatst vertelde hij het me. Het is een leerling van hem. Ik heb haar ook ontmoet, het is een mooie meid ook nog. Je gaat dan natuurlijk niet vragen wat ze doen, maar ze zijn wel een setje.”

Hij snapt niet goed waarom Indo’s zo goed in de markt liggen. “Bij Gene Simmons van Kiss snap ik het – die is schatrijk – maar bij Indo’s snap ik het niet. Ik snap het bij mezelf ook niet. Ik heb ook een vriendin die een stuk jonger is. Zoubida is grafisch ontwerpster, half-Surinaams, ze heeft een Nederlandse vader en een Surinaamse moeder. Ik ontmoette haar bij een concert in het Kunsthuis in Rosmalen. Maanden later spraken we eens af. Op zeker moment hadden we het over leeftijd. Zij dacht dat ik een jaar of 40 was, ik dacht dat zij een jaar of 35 was. Maar ze bleek 28. En ik was toen 53, haha. Dat was acht jaar geleden. Nu hebben we een kindje van 2,5. Gek, hè, zo gaan die dingen.” Elke dinsdag en woensdag zorgt hij voor de kleine.

Klanken van Oorsprong heeft hem ontroerd. De Nederlandse pop begon met de Tielman Brothers. “Ja, ik heb ze nog zien optreden. Ik heb zelfs Andy’s oude gitaar gehad, gekregen via een Indische familie. Ik speelde erop tijdens een benefietconcert na de tsunami. Andy was er ook. ‘Dat is mijn gitaar geweest!’ Hij heeft er zijn handtekening op gezet. Mooi figuur, Andy Tielman, een icoon. Jan Akkerman vertelde me: ‘Toen die jongens hier kwamen, waren ze veel verder dan wij.’ George Kooymans en Barry Hay hebben me zelf verteld: ‘We scheten in onze broek als we ze zagen spelen.'”

Een beetje wee

Het is de zondag van de WK-finale, het terras van de Verkadefabriek in Den Bosch is dus aangenaam leeg en we hebben uren de tijd, want Van Ligten hoeft vandaag toevallig nergens op de treden. De gitarist is een slanke, bescheiden man, precies zoals we Indo’s kennen, als vriendelijke, sociaal getalenteerde mensen. Hij zegt zich een beetje wee te voelen van de film; het heeft hem ontroerd, teruggevoerd naar oude emoties, bijna vergeten geuren, de snoeiharde waarheid dat zijn volk een enorm oor is aangenaaid, indertijd.

Hij was 1 jaar toen het gezin naar Nederland kwam. “Ik ben heel Indisch opgevoed, vooral door oma. Mijn moeder had tbc opgelopen aan boord tijdens de reis hierheen; ze heeft anderhalf jaar in een sanatorium gelegen. Ik heb haar al die tijd niet gezien. Toen ze eenmaal beter was, kwam ze binnen en zei: ‘Dag Winnetje.’ Ik zei: ‘Dag mevrouw.’ Oma was mijn moeder geworden. Ik heb dus heel veel met onze Indische achtergrond, de geschiedenis, Soekarno, het jappenkamp, Bersiap.”

Zijn achtergrond is zestig jaar later nog te horen. “Volgend jaar maak ik een album om mijn vader te eren, een plaat met krontjong. Ik ga er subsidie voor aanvragen. Mijn tweede soloalbum was er ook een met krontjongmuziek, een mengeling van gamelan, de echte inlandse Indonesische muziek, en de Portugese fado.”

Hij heeft twee kinderen uit zijn huwelijk met de Moluks-Indonesische zangeres Julya Lo’ko. “Gino is nu 27, waanzinnig muzikaal, kan alles, stond al op North Sea Jazz. Hij is drummer, maar speelt ook toetsen, en gitaar. De jongste, Petu, zoekt nog naar zijn bestemming. Hij is zeven jaar jonger, wilde kok worden, toen therapeut, daarna voetbalcoach, hoopt nu naar de Herman Brood Academie te kunnen om hiphopproducer te worden.”

Bek dicht

Gino is dus de volgende muzikale ster van de familie. “Gino is net naar de Molukken geweest, heeft er opgetreden. Hij heeft er de grond gekust, zo blij was-ie om er te zijn. Ik vind het moeilijk over te brengen op mijn kinderen wat onze ouders hebben meegemaakt. Ze hebben er wel over verteld, maar heel laat. Het was ‘bek dicht en integreren’, zoals we net ook in de film zagen. We hebben het allemaal veel later en beetje bij beetje te horen gekregen. Mijn vader was een KNIL-militair, de oudste van een gezin met zeven kinderen. Zijn vader overleed aan een hersenbloeding, zodat hij zelf een soort nieuwe vader werd van het gezin, met 17 jaar. Even later was het oorlog, moest-ie in dienst, werkte drie jaar lang als dwangarbeider aan de Birma-spoorlijn. Hij zei altijd te hopen dat wij nooit hoefden mee te maken wat hij had meegemaakt.”

“Na de bevrijding is er feest gevierd. Hij ontmoette een meisje en maakte haar zwanger. Daar is mijn halfbroer uit voortgekomen. Die werd slecht behandeld door zijn moeder, is via de kinderbescherming op latere leeftijd bij ons in het gezin geplaatst – hij was al 14 of zo. Ik was een jochie van 7, toen. Van hem kreeg ik enkele jaren later mijn eerste gitaar. Hij heeft alleen een paar jaar lts gehad, is later alsnog gaan studeren en doctorandus psychologie en psychiatrie geworden. Mijn vader was zo trots op hem! Begin 2000 is m’n vader overleden. Ik heb hem de laatste tijd in huis genomen en verzorgd. Ja, dat is typisch Indonesisch. Ik verbaas me er niet over dat het in de westerse cultuur niet gebeurt; het is wel jammer. Het is goed te zorgen voor de mensen die alles voor je gedaan hebben.”

Hoe ging dat toen hijzelf met zijn vrouw overal optrad? “We hebben een heel mooie tijd gehad, werden ook lang als een voorbeeldstel gezien. Het was een heel mooi, muzikaal huwelijk. Het ging allemaal vanzelf. We hadden altijd mensen en familie om ons heen die op de kinderen pasten, voor ons kookten, ons naar concerten reden. We gaan gelukkig nog steeds heel goed met elkaar om. In mei hebben we nog samen opgetreden.”

De zon

Hij begon bij de legendarische Dizzy Man’s Band. “Ik wilde de muziek in, mijn vader was van de oude stempel, ambtenaar. ‘Muziek, daar kun je niet van leven. Ga maar bij de bank werken.’ Ik heb drieënhalf jaar bij de Rabobank gewerkt. Bij toeval kwam ik bij de Dizzy Man’s Band terecht. Ze zochten een bassist. Ik deed auditie en werd aangenomen. Die band had hit na hit, ik verdiende daar als jongen van 22 jaar 350 gulden per optreden. En dat elke maand maal twaalf. Ik reed in een dikke Mercedes, had een mooie gitaar om de nek, haha. Ik ben nu 61, ik heb altijd van de muziek kunnen leven, zonder commerciële concessies te doen. Ik heb een huis, een collectie gitaren, een gezinnetje, kan elk jaar op vakantie, meer heb ik niet nodig. Ja, de zon. Zo heette mijn laatste album, Sun. Meer heb ik niet nodig.”